SERVICE INFORMATIE
ALGEMEEN
- Benzine is licht ontvlambaar en explosief, wees voorzichtig
- Werk in een geventileerde omgeving en niet roken.
- Koolmonoxide is giftig bij inademing.
SPECIFICATIES
| ITEM | | SPECIFICATIES |
Speling van de gashendel | | | 2 - 6 mm |
Bougies | NGK | | CR7EH-9 (CR8EH-9) |
| DENSO | | W22FER9 (W24FER9) |
Bougie opening | | | 0,80 - 0,90 mm |
Klepspeling | | Inlaat | 0,16 ± 0,03 mm |
| | Uitlaat | 0,25 ± 0,03 mm |
Motorolie | | Na aftappen | 3,6 l |
Capaciteit | | Na aftappen/oliefilter | 3,9 l |
Aanbevolen motorolie | | | 4 takt motorolie |
| | | API SE, SF of hoger |
| | | Viscositeit: SAE 10W-40 |
Stationair toerental | | | 1000 tr /min |
Aanbevolen remvloeistof | | | DOT 4 remvloeistof |
Banden maat | | Voor | 120/70 ZR 18 M/C ((59W) |
| | Achter | 170/60 ZR 17 M/C (72W) |
Banden merk | Bridgestone | Voor | BT020F F |
| | Achter | BT020R F |
| Dunlop | Voor | D220FST L |
| | Achter | D220ST L |
Bandendruk | | Voor | 2,9 bar |
| | Achter | 2,9 bar |
Minimum Profieldiepte banden | | Voor | 1,5 mm |
| | Achter | 2,0 mm |
AANHAALMOMENTEN
Beschermkap timing klepspeling 10 Nm Invetten schroefdraad
Beschermkap krukas 12 Nm Invetten schroefdraad
Bougies 16 Nm
Cilinderkop bouten 10 Nm
Olieaftapplug 29 Nm
Oliefilter 26 Nm Insmeren met propere motorolie van
Schroefdraad en rubberen afdichtring
Luchtfilterdeksel schroeven 1 Nm
Eindoverbrengingsolieschroef 12 Nm
Eindoverbrengings aftapschroef 20 Nm
Achterste hoofdremcilinder afstelschroef 18 Nm
GEREEDSCHAP
ONDERHOUDSSCHEMA
Voer de inspectie voor het rijden op iedere voorgeschreven onderhoudsbeurt uit.
I: Inspecteren en reinigen, Afstellen, Smeren of vernieuwen indien nodig. C: Reinigen. R: Vernieuwen
A: Afstellen. L: Smeren.
Interval Onderhoudspunten | Wat het eerst à voorkomt | Kilometerstand (Opmerking 1) |
| | | x1000km | 1 | 6 | 12 | 18 | 24 | 30 | 36 | Zie Blz. |
| | Opm. | Maanden | | 6 | 12 | 18 | 24 | 30 | 36 | |
* | Benzineleiding | | | | | I | | I | | I | 3-5 |
* | Werking van gashendel | | | | | I | | I | | I | 3-5 |
* | Luchtfilter | 2 | | | | | R | | | R | 3-6 |
| Bougies | | | | | I | | R | | I | 3-6 |
| Klepspeling | | | | | | | I | | | 3-8 |
| Motorolie | | | R | | R | | R | | R | 3-11 |
| Motoroliefilter | | | R | | R | | R | | R | 3-12 |
| Stationair toerental | | | I | I | I | I | I | I | I | 3-14 |
| Koelvloeistof in radiator | 3 | | | | I | | I | | R | 3-14 |
* | Koelsysteem | | | | | I | | I | | I | 3-15 |
* | Secundair luchttoevoersysteem | | | | | I | | I | | I | 3-16 |
| Cardanolie | | | | | I | | I | | R | 3-17 |
| Remvloeistof | 3 | | | I | I | R | I | I | R | 3-18 |
| Slijtage van remblokken | | | I | I | I | I | I | I | I | 3-19 |
| | | | I | | I | | I | | I | 3-20 |
* | Remlichtschakelaar | | | | | I | | I | | I | 3-21 |
* | Koplamp richten | | | | | I | | I | | I | 3-22 |
| Koppelingssysteem | | | | | I | | I | | I | 3-22 |
| Koppelingsvloeistof | 3 | | | I | I | R | I | I | R | 3-22 |
| Zijstandaard | | | | | I | | I | | I | 3-23 |
* | Vering | | | | | I | | I | | I | 3-23 |
* | Moeren, bouten, bevestigingsdelen | | | I | | I | | I | | I | 3-25 |
** | Wielen, banden | | | | | I | | I | | I | 3-25 |
** | Balhoofdlagers | | | I | | I | | I | | I | 3-26 |
Opmerkingen:
- Voor hogere kilometer standen herhaal op het hier aangegeven interval.
- Vaker onderhoud vereist wanneer er vaak in buitengewone vochtige of stoffige omgeving met de motorfiets wordt gereden.
- Vernieuw om de 2 jaar of op de aangegeven kilometerstanden wat het eerst voorkomt. Voor het vernieuwen is mechanische vaardigheid vereist.
- * Te onderhouden door een Honda dealer. Tenzij u zelf mechanisch bevoegd bent en over het
vereiste gereedschap en de noodzakelijke onderhoudsgegevens beschikt.
- ** In het belang van uw veiligheid wordt u aanbevolen, dat deze onderdelen uitsluitend door een
Honda dealer worden onderhouden.
BENZINE LEIDING
Verwijder het zadel
Zet de zadel hoogtesteller in de middenpositie.
Schroef de scharnierbout achterkant benzinetank los.
Verwijder de twee benzinetankbouten en rondsels.
Verwijder beide bouten van het stuurwiel.
Duw de benzinetank achterwaarts.
Til de benzinetank op en steek de brandstoftanksteun tussen de tank en het stuurwiel
Controleer de benzineleidingen op beschadigingen en lekkage. Vervang de benzineleiding indien nodig. Controleer ook de benzineleiding fittings op lekkage.
Verwijder de supportstaaf, en laat de benzinetank terug naar beneden.
Duw de benzine tank terug naar voren. Monteer de benzine tank terug in de omgekeerde volgorde van demontage.
WERKING VAN DE GASHENDEL
Controleer de goede werking van de gashendel in beide stuurstanden, gemakkelijk van helemaal open naar helemaal dicht gedraaid kan worden. Dicht moet automatisch gebeuren.
Controleer de gaskabels en vervang ze bij beschadiging of slechte werking..
Smeer de gaskabels indien de gas open en toe draaien niet op een zachte en vlotte manier gebeurd.
Meet de vrije speling van de gashendel bij de flens van de gashendel.
Vrije speling: 2 – 6 mm
De gasspeling kan afgesteld worden aan ieder uiteinde van de gaskabels.
Kleine afstelling kan gebeuren met de afstelschroef aan de gashendel. De borgmoer lossen en de afsteller verdraaien.
Anders verwijder de luchtfilter.
Stel de vrije speling af door de borgmoer te lossen en de afsteller verdraaien.
Na het afstellen de borgmoer goed aandraaien.
Hercontroleer de gashendel werking.
Vervang alle beschadigde delen indien nodig.
LUCHTFILTER
Verwijder het zadel.
Zet de zadel hoogtesteller in de middenpositie.
Schroef de benzinetank schroef achterkant los.
Verwijder de twee benzinetankbouten en rondsels.
Verwijder beide bouten van het stuurwiel.
Duw de benzinetank achterwaarts.
Til de benzinetank op en steek de supportstaaf tussen de tank en het stuurwiel
Verwijder de IAT sensor van het luchtfilter huis.
Verwijder de schroeven en luchtfilterdeksel.
Verwijder het luchtfilterelement in overeenstemming met het onderhoudsschema.
Alsook indien beschadigd.
Monteer de gedemonteerde delen in omgekeerde volgorde.
Draai de schroeven van het luchtfilter deksel nauwkeurig vast.
Aandraaimoment: 1 Nm
BOUGIES
NOOT:
Alvorens de bougies uit te draaien eerst rond de bougie alles goed proper maken met compressor lucht om te beletten dat eventueel opgehoopt vuil in de cilinder zou terecht komen.
VERWIJDEREN
Verwijder het onderhoudsdeksel.
Verwijder het bovenkopdeksel.
Verwijder de bougiedoppen.
Verwijder de bougies met een passende bougiesleutel.
Controleer de bougies of vervang indien nodig volgens het onderhoudsschema.
CONTROLEREN
Controleer het volgende en vervang indien nodig:
- Isolator op beschadiging
- Elektroden op slijtage
- Inbranding, verkleuring;
· Donker tot licht bruin is goed
· Overdreven lichtheid geeft aan slecht functioneren ontstekingssysteem of te arm mengsel
· Vochtig of zwarte roetaanslag geeft aan een te rijk mengsel
HERBRUIKEN VAN EEN BOUGIE
Reinig de elektrodes van de bougies met een koperen borstel.
Controleer de elektrodeafstand met een voelermaat.
Indien nodig, stel de elektrodeafstand juist door de zijelektrode voorzichtig open of toe te bewegen.
Elektrodeafstand bougie: 0.80 – 0.90 mm
Om de schroefdraad in de cilinderkop niet te beschadigen de bougie eerst met de hand indraaien alvorens een bougiesleutel te gebruiken.
Draai de bougies met de hand in de cilinderkop, daarna met het gepaste moment aandraaien.
Of na met de hand aandraaien nog een 1/8 tot ¼ draai met de sleutel.
Aanhaalmoment: 16 Nm
NIEUWE BOUGIES PLAATSEN:
Stel de juiste elektrodeafstand met een voelermaat.
Draai de bougie met de hand vast en dan met een bougiesleutel nog een halve draai.
Zet de bougiedoppen terug op de bougies.
KLEPSPELING
CONTROLEREN
Controleer en stel de klepspeling steeds af met een koude motor (onder de 35°)
Verwijder het cilinderkopdeksel.
Verwijder regelopeningdop en krukasopeningdop en de O-ringen.
Draai de krukas tegenwijzerszin, tot het T1 merk zichtbaar is en tegenover het merkteken op het voorste krukasdeksel.
Wees zeker dat cilinder Nr. 1 in zijn bovenste dode punt staat op kompressie.
Steek de voelermaat tussen de kleplifter en de nokkenas en controleer de klepspeling van cilinder NR. 1
KLEPSPELING:
Inlaat: 0.16 ± 0.03mm
Draai de krukas tegenwijzerszin ¼ toer (90°), tot het merkteken T2 tegenover het merkteken op het voorste krukasdeksel staat.
Controleer de klepspeling van cilinder Nr. 4.
Draai de krukas tegenwijzerszin ¾ toer (270°), tot het merkteken T1 tegenover het merkteken op het voorste krukasdeksel.
Controleer de klepspeling van cilinder Nr. 3.
Draai de krukas tegenwijzerszin ¼ toer (90°), tot het merkteken T2 tegenover het merkteken op het voorste krukasdeksel.
Controleer de klepspeling van cilinder Nr. 2.
AFSTELLING INDIEN NODIG
Zie blz. 3-10 in het Honda werkplaatshandboek.
WAARSCHUWING
· Vettige remblokjes reduceren de remkracht. · Maak vettige remblokjes met een hoogwaardig ontvettingsproduct schoon. |
VOORZICHTIG
· Ga voorzichtig om met remvloeistof daar het plastic en geverfde oppervlakken kan beschadigen. Leg een doek over de delen waarop men zou kunnen morsen. · Zorg er bij het vullen steeds voor dat het reservoir horizontaal staat alvorens het deksel los te schroeven. · Gebruik alleen DOT 4 remvloeistof uit een gesloten blik. · Meng geen verschillende types van remvloeistof met elkaar. · Zorg ervoor dat er geen stof of water in het reservoir terecht komt. |
Los de ontluchtingsschroef en pomp de remhendel of rempedaal totdat er geen remvloeistof meer uit het ontluchtingsgat stroomt.
Voor de voorste rem, draai het stuur naar links tot dat het reservoir waterpas staat. Verwijder de schroeven, het reservoirdeksel, het afdichtplaatje en de afdichtring.
Voor de achterste rem, verwijder het rechter sierdeksel . Verwijder het reservoir deksel, afdichtplaat en afdichtring.
Verbind een purgeerdarmpje aan de ontluchtingsnippel.
Sluit het ontluchtingsgat af. Vul het reservoir met DOT 4 remvloeistof van een gesloten blik.
Sluit een purgeerdarmpje aan het ontluchtingsgat en laat het andere uiteinde in remvloeistof hangen. Het beste kan men hiervoor een doorzichtige pot nemen, zodat men de uitstromende lucht kan zien.
Beweeg de remhendel of pedaal enkele keren op en neer, totdat er een weinig druk voelbaar is. Een tweede persoon dient dan het ontluchtingsschroefje een weinig open te draaien (½ toer) , zodat de remvloeistof met lucht naar buiten kan stromen. De remhendel of pedaal kan daardoor volledig worden ingedrukt. Men dient de hendel of pedaal ingedrukt te houden totdat er geen lucht meer uitstroomt. Vergeet niet om tijdens het ontluchten regelmatig remvloeistof bij te voegen in het reservoir.
Moment ontluchtingsschroef: 6 Nm
Draai de wielbout los en verwijder het wiel.
Montage gebeurd in omgekeerde volgorde
Alvorens het achterwiel terug te monteren breng een beetje molybdeen pasta aan op het tandwiel dat in de cardankoppeling schuift.
Moment moeren achterwiel 108 Nm
Remklauw bouten 69 Nm